Theorie-examen voor motor
Niet alle regels voor auto en motor zijn gelijk. Er is een aantal kenmerkende verschillen, zoals de plaats op de weg en het gebruik van de remmen. Juist daarom moet je als aankomend motorrijder een apart theorie-examen voor de categorie A doen.
"Theoriecertificaat is essentieel"
Vóórdat je het praktijkexamen Verkeersdeelneming (AVD) mag doen, moet je het theoriecertificaat voor de categorie A hebben behaald. In het algemeen geldt: zonder theorie geen examen Verkeersdeelneming.
Heb je een geldig autorijbewijs? Dan mag je wel alvast met de praktijkopleiding voor de motor beginnen en zelfs het examen Voertuigbeheersing doen. Heb je geen autorijbewijs (we noemen dat ook wel categorie B): haal dan je theoriecertificaat A vóór je aan de praktijkopleiding begint.
"Eisen voor theorie, geldigheid en voorbereiding"
Wie het theorie-examen wil afleggen, moet tenminste achttien jaar oud zijn. Je moet je tevens kunnen legitimeren met een wettelijk toegelaten, geldig identiteitsbewijs. Het theoriecertificaat is één jaar geldig.
Het CBR adviseert je een theoriecursus te volgen bij een gespecialiseerde motorrijschool. Je vergroot daarmee je slaagkans aanzienlijk.
"Leeftijd"
Bij de praktijkexamens voor het motorrijbewijs speelt je leeftijd een rol. Het bepaalt de ‘zwaarte’ van de motorfiets waarop je mag rijden. Ben je jonger dan 21 jaar? Dan moet je de examens afleggen op een ‘lichte’ motorfiets. Dat wil zeggen dat de motor een cilinderinhoud heeft van meer dan 120 cc en een vermogen van minder dan 35 kW. De motor moet tenminste honderd kilometer per uur kunnen rijden
Als je 21 jaar of ouder bent dan maakt het vermogen van de motor niet uit. Je kunt dan examen doen op een motor naar keuze. Licht of zwaar, jij mag kiezen. Let wel: slaag je voor de praktijkexamens op een motorfiets met een vermogen van minder dan 35 kW? Dan heeft dat consequenties voor het soort rijbewijs dat je krijgt (zie onder ‘Rijbewijs’).
Rijbewijs
Als je slaagt voor de praktijkexamens op de lichtere categorie motorfiets (zie ‘Leeftijd’) krijg je een rijbewijs A, dat slechts een beperkte bevoegdheid geeft. Dit noemen we ook wel ‘A beperkt’. Je mag dan rijden op een motorfiets met een vermogen van maximaal 25 kW. Ook lichte motoren met een relatief hoog vermogen zijn taboe. Twee jaar na afgifte van je motorrijbewijs mag je op iedere motorfiets overstappen. Licht of zwaar maakt dan niet meer uit. Je hoeft dan geen nieuwe examens af te leggen.
"Zware motorfiets"
Ben je geslaagd op een motorfiets van 35 kW of meer, dan krijg je een rijbewijs A zonder beperkingen. Je mag dan direct op elke motorfiets naar keuze rijden.
"Automaat of motorscooter"
Je mag ook op een automaat of (automatische) motorscooter examen doen. Deze moeten dan wel aan de eisen voldoen (zie ‘Leeftijd’). Als je slaagt voor het examen met een automatische motor of scooter, dan wordt op het rijbewijs een automaatbeperking vermeld. Je mag dan alleen rijden op een motor of scooter met een automatische versnelling of koppeling. Wil je daarna overstappen op een motor met versnelling? Dan doe je opnieuw de twee praktijkexamens voor de motor. Je hoeft niet opnieuw theorie-examen te doen.
"Twee praktijkexamens"
Om je motorrijbewijs te halen moet je twee praktijkexamens afleggen. Eerst doe je het examen Voertuigbeheersing (AVB). Slaag je daarvoor, dan ga je door met het examen Verkeersdeelneming (AVD).
Tijdens de praktijklessen moet je je rijbewijs B of theoriecertificaat bij je hebben. Dit geldt ook voor het examen Voertuigbeheersing. Bij het examen Verkeersdeelneming moet je je theoriecertificaat voor de motor hebben behaald en bij je hebben.
"Het examen Voertuigbeheersing (AVB)"
Tijdens het examen Voertuigbeheersing laat je een aantal oefeningen (bijzondere verrichtingen) zien. Deze zijn gebaseerd op vaardigheden die je moet hebben om veilig en vloeiend aan het verkeer te kunnen deelnemen. Tijdens je lessen bereid je je hierop voor. In totaal zijn er twaalf oefeningen, die onderverdeeld zijn in vier clusters. Van alle oefeningen moet je er zeven uitvoeren tijdens het examen AVB